Christelijke verhalen

verhalen om je te raken

De mayonaisepot en twee koppen koffie

april 29, 2013adminVerhalen 91-105Reacties uitgeschakeld voor De mayonaisepot en twee koppen koffie

Als de dingen in je leven je even allemaal te veel worden, als 24 uur in een dag niet meer genoeg is, denk dan aan de mayonaisepot en de twee koppen koffie.

Een professor stond voor de klas om een les filosofie te geven. Hij had een aantal voorwerpen voor zich liggen. Toen de les begon, nam hij zonder iets te zeggen een hele grote, lege mayonaisepot en vulde deze met golfballen. De professor vroeg vervolgens aan zijn studenten of de pot nu helemaal vol was. Zij antwoordden van wel.

Toen nam de professor een doos met kiezelsteentjes en kiepte deze in de pot. Hij schudde lichtjes met de pot en de kiezelsteentjes rolden in de open ruimtes tussen de golfballen. Weer vroeg de professor aan zijn studenten of de pot nu vol was. Ze antwoordden van wel.

De professor nam nu een doos met zand en goot deze leeg in de pot. Natuurlijk vulde het zand alle ruimte op tussen de golfballen en de kiezelsteentjes. Opnieuw vroeg hij of de pot nu vol was. De studenten antwoorden met een unaniem “ja”.

Van onder het bureau nam de professor nu twee koppen koffie en goot ze leeg in de pot. De hele inhoud verdween in de pot en de koffie vulde de lege ruimte tussen het zand. De studenten begonnen te lachen. “Nu”, zei de professor, “ik wil dat jullie deze pot zien als jullie eigen leven.

· De golfballen zijn de belangrijke dingen in het leven: je familie, je kinderen, je geloof, je gezondheid en je passies. Dingen die ervoor zorgen dat als er niets meer op de wereld was dan deze dingen, je leven toch gevuld zou zijn.
· De kiezelstenen zijn de andere dingen die ertoe doen: je werk, je huis, je auto e.d.
· Het zand is al het andere, de kleine dingen.”

“Als je het zand als eerste in de pot doet, is er geen plek meer voor de kiezelsteentjes of voor de golfballen. Datzelfde geldt ook voor je eigen leven. Als je al je tijd en energie aan de kleine dingen besteedt, dan heb je geen ruimte meer voor de dingen die belangrijk voor je zijn.”

“Besteed aandacht aan de dingen die essentieel zijn voor je geluk. Speel bijvoorbeeld met je kinderen. Bouw een relatie op met God. Neem tijd voor een onderzoek voor je gezondheid. Neem je partner mee uit eten. Lees. Er is altijd nog wel tijd om het huis te poetsen of de prullenbak te legen.”

“Zorg eerst voor de golfballen, de dingen die echt het allerbelangrijkste voor je zijn. Stel je prioriteiten. De rest is maar zand.”

Eén van de studenten stak een vinger op en vroeg waar de twee koppen koffie voor stonden. De professor lachte: “Ik ben blij dat je het vraagt. Ik wil daarmee alleen maar weer eens aangeven dat, hoe vol je leven ook mag zijn, er altijd wel een plekje is om samen met een vriend een kop koffie te drinken.”

Jezus antwoordde en zei tegen haar: Martha, Martha, u bent bezorgd en maakt u druk over veel dingen. Slechts één ding is nodig. Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat niet van haar zal worden afgenomen. Lucas 10: 41 en 42 

Ingezonden door Gerben.

William

april 15, 2013adminVerhalen 91-105Reacties uitgeschakeld voor William

William had zich aangemeld voor het leger, want het enige wat hij dolgraag wilde was: marinier worden. William meldde zich dus aan en begon aan de loodzware mariniersopleiding. Hij was een jongen waarvan de meeste mensen zouden zeggen dat hij een beetje vreemd was. Hij viel dan ook al snel buiten de groep en werd het mikpunt van spot, getreiter en vernedering.

In de barak waar William sliep, werd hij constant gepest. Zijn medemariniers deden er echt alles aan om hem voor de gek te houden en voor paal te laten staan. De sergeant wist dat dit gebeurde, maar deed niets om er een einde aan te maken.

Op een dag kwam een van de barakgenoten op het idee om nou eens een echt geweldig goede grap met William uit te halen. Het idee was om een granaat stiekem onklaar te maken en die ‘s avonds in het midden van de barak te gooien. Het kon niet anders dan dat William in paniek uit het raam zou springen. Wat een grap! Dit zou  pas leuk worden!

Zo gezegd, zo gedaan. De geprepareerde granaat werd in het midden van de barak gegooid en iedereen begon – als heuse acteurs – hysterisch te gillen: “0 help, een granaat!!! Hij staat op scherp!!! Ren voor je leven. Hij ontploft!!!”

Ze wachtten op het moment dat William zou springen. En William sprong ook. Maar niet uit het raam of de deur uit, maar hij sprong ……bovenop de granaat. Hij vouwde zijn lichaam om de granaat en schreeuwde tegen de anderen: “Ren voor je leven!!! Maak dat je wegkomt!!! Vlucht!!!”

En toen werd het stil in de barak. Muisstil.

De mariniers realiseerden zich dat degene die zij al die tijd vernederd en bespot hadden… degene was die zijn leven voor hen wilde geven.

Toen ik dit verhaal las, moest ik denken aan de spot en de hoon die Jezus ontving. Zelfs aan het kruis! Ook Hij wilde Zijn leven geven……..

Bron: http://www.maranatha-urk.nl/197-william

Alles komt goed!

februari 8, 2013adminVerhalen 91-105Reacties uitgeschakeld voor Alles komt goed!

Toen zijn vader door een zware periode van ziekte afstand moest doen van zijn bedrijf, was Bill Tucker 16 jaar oud. Door gebrek aan inkomsten kwam het gezin in financiële moeiten. Ook nadat vader Tucker weer een goede gezondheid mocht genieten bleef het moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen.

Op een dag werd het gezin Tucker verbaasd door vader Tucker. Vader had de aanbesteding gewonnen voor het herbekleden van de stoelen in de lokale bioscoop. Vader Tucker wist niet eens hoe hij moest naaien, laat staan dat hij wel eens een stoel had bekleed. Ook had hij geen naaimachine. Maar vader Tucker liet deze aanbesteding niet aan zijn neus voorbij gaan en ging op zoek naar iemand die hem het vak leerde. Ook vond hij een adresje waar hij een professionele naaimachine op de kop kon tikken.

Het gezin moest alle spaarrekening leeghalen, al het geld uit de sokken halen, om maar aan genoeg geld te komen voor de naaimachine. Op een dag was het zover: ze hadden voldoende geld om de naaimachine te bekostigen!

Het was een zonnige dag toen vader Tucker en Bill de naaimachine gingen ophalen. Tijdens de rit fantaseerden ze over wat ze met al het geld zouden doen, wanneer ze de klus geklaard hadden. De toekomst lachte hun tegemoet.

Ze laadden de naaimachine in de laadbak en sjorden deze stevig vast. Vader vroeg of Bill naar huis wilde rijden, en Bill klom achter het stuur.

Bill zal deze reis nooit meer vergeten, het staat in zijn geheugen gegrift. Bill, de onervaren bestuurder, was zo verrukt dat hij niet genoeg op zijn snelheid lette. Toen Bill de oprit opreed die naar de snelweg leidde, zag hij het gebeuren: de topzware naaimachine begon te schuiven. Uit reflex trapte Bill op de rem, maar het was al te laat. De naaimachine kieperde over de rand van de laadklep. Bill rende de cabine uit, en keek naar de kapotte naaimachine: al hun hoop en dromen lag daar in stukken… De grond zakte onder hem weg. Vader Tucker stond naast zijn zoon te kijken. Al zijn kapitaal, zijn grootse plannen, zijn hoop om het gezin in levensonderhoud te voorzien: het was in één klap weg.

Wat deed vader Tucker? Een logische reactie zou zijn geweest: ‘Stommeling! Niet opletten eh? Kijk nou wat je gedaan hebt! Je hebt de hele toekomst van je gezin kapot gemaakt!’

Niets van dit alles…

Vader Tucker keek zijn zoon recht in de ogen. ‘O, Bill, wat erg.’ Hij liep naar de jongen toe en sloeg zijn armen om hem heen en zei: ‘Zoon, alles komt goed!’

Hoe vaak falen wij in de ogen van God? God is net als deze vader. Wij mensen maken zo veel fouten, maar toch had Hij de wereld (ons) zo lief, dat Hij Zijn enige Zoon zond! Johannes 3:16!

Schoonheid in een doodskamp

februari 1, 2013adminVerhalen 91-105Reacties uitgeschakeld voor Schoonheid in een doodskamp

Het is nauwelijks mogelijk om schoonheid te vinden in de dood. Het is zelfs nog moeilijker om schoonheid te vinden in een doodskamp. Met name in Auschwitz. In de Tweede Wereldoorlog zijn daar vier miljoen Joden aan hun eind gekomen. Een halve ton hoofdhaar is hun stille getuige. Ook de douches die gifgas sproeiden, staan er nog.

Maar tegenover alle gruwelijke herinneringen rond Auschwitz, staat er ook een die straalt van schoonheid. Dat is de herinnering van Franciszek Gajowniczek aan Maximilian Kolbe.

In februari 1941 werd Kolbe, een Franciscaanse priester, opgesloten in Auschwitz. In de wreedheid van het slachthuis bewaarde hij de gezindheid van Christus: Hij deelde zijn eten; hij gaf zijn slaapplek weg; hij bad voor zijn beulen. Je zou hem ‘de Heilige van Auschwitz’ kunnen noemen.

In juli van dat jaar vond er een ontsnapping plaats. In Auschwitz heerste de regel dat er tien gevangenen werden gedood voor iedere gedetineerde die ontsnapte. Alle gevangenen moesten zich dan op het centrale plein opstellen in het gelid en de commandant pikte er lukraak tien mannen uit. Deze slachtoffers werden linea recta naar een cel gebracht waar ze geen eten en drinken meer kregen, totdat ze stierven.

De commandant begint te selecteren. De een na de ander wordt naar voren gehaald om het sinistere quotum vol te maken. Het tiende slachtoffer is Gajowniczek.

Terwijl SS-officieren de nummers van de veroordeelden registreren, begint een van de ongelukkigen te snikken. ‘Mijn vrouw, mijn kinderen’, kermt hij.

De officieren draaien zich om als ze een beweging onder de gevangenen bespeuren. De bewakers brengen hun geweer in de aanslag. De honden staan op scherp, klaar om in actie te komen bij het commando ‘Attack!’ Een van de gevangenen heeft zijn rij verlaten en baant zich een weg naar voren.

Het is Kolbe. Geen spoor van angst op zijn gezicht. Geen aarzeling in zijn tred. De hoofdbewaker schreeuwt hem toe dat hij wordt neergeschoten als hij geen halt houdt. ‘Ik wil de commandant spreken’, zegt hij rustig.

Om miraculeuze redenen slaat of schiet de bewaker niet. Op een paar passen afstand van de commandant staat hij stil, neemt zijn hoed af en kijkt de Duitser in de ogen.

‘Herr Commandant, ik wil u een verzoek doen.’

Het is een wonder dat niemand hem neerschoot.

‘Ik wil sterven in plaats van deze gevangene.’ Hij wijst op de snikkende Gajowniczek. Het dappere, ongelooflijke verzoek komt zonder haperen over zijn lippen.

‘Ik heb geen vrouw en kinderen. Bovendien ben ik oud en nergens goed voor. Hij heeft een veel betere conditie.’ Kolbe kende de nazi-mentaliteit maar al te goed.

‘Wie ben jij?’ vraagt de commandant.

‘Een priester.’

Het hele gevangenenblok is met stomheid geslagen. De commandant is ongewoon sprakeloos. Na een kort moment blaft hij: ‘Verzoek toegestaan.’

Het was de gevangenen verboden om te spreken. Gajowniczek zegt: ‘Ik kon hem alleen met mijn ogen bedanken.

Ik was verbijsterd, het drong nauwelijks tot me door wat er gebeurde. De immensiteit van dit alles; ik, de veroordeelde, die mag blijven leven en iemand anders die vrijwillig zijn leven geeft voor mij: een vreemde. Is dit een droom?’

De Heilige van Auschwitz bleef het langst in leven van alle tien. Hij stierf ook niet als gevolg van uitdroging of uitputting. Hij overleed pas na een injectie met carbolzuur. Dat was op 14 augustus 1941.

Gajowniczek overleefde de Holocaust. Hij slaagde erin naar zijn woonplaats terug te keren. Maar elk jaar brengt hij een bezoek aan Auschwitz. Op 14 augustus is hij daar steensvast present om de man te danken die in zijn plaats is gestorven.

In zijn achtertuin staat een gedenkplaat; een gedenkplaat die hij eigenhandig van een inscriptie heeft voorzien. ‘Een eerbetoon aan Maximilian Kolbe, de man die stierf opdat ik kon leven.’

Want toen wij nog krachteloos waren, is Christus op de bestemde tijd voor goddelozen gestorven.
Want bij hoge uitzondering zal iemand voor een rechtvaardige sterven; hoogstens immers heeft iemand de moed om voor de goede mens te sterven.
God echter bevestigt Zijn liefde voor ons daarin dat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren.
Romeinen 5:6-8

Een ontroerend verhaal

december 19, 2012adminVerhalen 91-105Reacties uitgeschakeld voor Een ontroerend verhaal

Ik liep rond in Delhaize, toen ik zag dat een kassier bezig was met een jongetje zijn geld te tellen. De jongen kon niet meer dan 5 of 6 jaar oud zijn…
De Kassier zei: ‘Het spijt me, maar je hebt niet genoeg geld hebt om deze pop te kopen … ” De kleine jongen draaide zich om naar de oude vrouw naast hem: ‘Oma, bent u zeker dat ik niet genoeg geld heb?’
De oude dame antwoordde: ‘Je weet dat je niet genoeg geld om deze pop te kopen, mijn kind.’

Toen vroeg ze hem om daar te blijven staan voor slechts 5 minuten, terwijl ze wegging om rond te kijken. Ze vertrok snel.

De kleine jongen hield nog altijd de pop in zijn hand …

Tot slot liep ik naar hem toe en ik vroeg hem aan wie hij deze pop wilde geven.
‘Het is de pop die mijn zus het meest geliefd is en ze wilde deze zo graag voor Kerstmis. Ze was er zeker van dat de Kerstman de pop zou brengen.’
Ik antwoordde hem dat de Kerstman het popje binnenkort misschien wel zou brengen, en dat hij zich geen zorgen hoefde te maken.
Maar hij antwoordde me verdrietig. ‘Nee, de Kerstman kan de pop niet naar haar brengen waar ze nu is. Ik moet de pop aan mijn mama geven, zodat ze deze kan afgeven aan mijn zusje wanneer ze daar ook naartoe gaat. “
Zijn ogen waren zo droevig terwijl hij dit zei… ‘Mijn zusje is naar God gegaan, papa zegt dat mama binnenkort ook naar God gaat en heel snel ook, dus ik dacht dat ze de pop wel kan meenemen om af te geven aan mijn zus.’

Mijn hart was bijna gestopt met tikken.

De kleine jongen keek me aan en zei: ‘Ik heb papa verteld dat mama nog niet mag gaan. Ze moet wachten tot ik terug kom van het winkelcentrum.’
Toen liet hij me een hele mooie foto zien van zichzelf. Hij lachte.
Hij vertelde me toen: ‘Ik wil dat mama mijn foto ook meeneemt, zodat ze me niet vergeet. ‘Ik hou van mijn mama en ik wens dat ze niet vertrekt,  maar papa zegt dat ze moet gaan om bij mijn zusje te zijn.’

Toen keek hij weer met droevige ogen naar de pop.

Ik pakte snel mijn portemonnee en zei tegen de jongen: ‘Stel dat we het geld opnieuw controleren, voor het geval je wel genoeg geld hebt voor de pop!’
‘OK’, zei hij, ‘ik hoop dat ik wel genoeg heb.’
Ik voegde een deel van mijn geld erbij zonder dat hij het zag en we begonnen te tellen.

Er was genoeg voor de pop en zelfs wat extra geld …

De kleine jongen zei: ‘Dank u God voor het geven van genoeg geld!’
En hij keek me aan en voegde eraan toe, ‘Ik vroeg gisteravond, voor ik ging slapen, aan God om ervoor te zorgen dat ik genoeg geld had om deze pop te kunnen kopen, zodat mama die aan mijn zus kan geven. Hij hoorde mij!
Ik wilde ook nog een witte roos voor mijn moeder te kopen, maar ik durfde er niet om te vragen, omdat ik al iets gevraagd had…  Maar Hij gaf me genoeg geld om de pop en een witte roos te kopen.’

‘Mijn mama houdt van witte rozen.’

Een paar minuten later kwam de oude dame terug. Ik vertrok. Ik eindigde mijn winkelen in een totaal andere gemoedstoestand dan toen ik begon.

Ik kon het jongetje niet uit mijn gedachten zetten.

Toen ik thuis kwam herinnerde ik me een lokaal krantenartikel van twee dagen geleden, wat melding maakte over een dronken chauffeur in een vrachtwagen die een auto raakte waar een jonge vrouw en een klein meisje in zaten. Het kleine meisje overleed ter plaatse, en de moeder werd in kritieke toestand naar het ziekenhuis gebracht en was in coma. Was dit de familie van de kleine jongen?

Een aantal dagen na deze ontmoeting met de kleine jongen las ik in de krant dat de jonge dame was overleden. Ik kon het niet laten en ging een bos witte rozen kopen en ging naar het mortuarium waar het lichaam van de jonge vrouw was opgebaard. Zij lag daar, in haar doodskist, ze hield een mooie witte roos vast. Ook lag er een foto van de kleine jongen in de kist en de pop lag op haar borst. De liefde die deze kleine jongen voor zijn moeder en voor zijn zus had is toch heel duidelijk. In een fractie van een seconde had een dronken chauffeur dit alles van hem afgenomen.

Ik verliet het mortuarium met een betraand gezicht…

God sprak door een drugsverslaafde

december 13, 2012adminKerstReacties uitgeschakeld voor God sprak door een drugsverslaafde

Het is vreselijk voor een moeder als ze ziet dat haar zoon aan de drugs gaat. Op het moment dat je het hoort stort je wereld in elkaar. Eerst ga je twijfelen of het wel waar is, dan ga je hopen dat het voorbijgaat en tenslotte wordt je hart uit je lijf gerukt als je ziet hoe je vlees en bloed te gronde gaat, lelijk wordt en onbetrouwbaar. Het is een van de ergste dingen die ouders kan overkomen.

De moeder van Clint, een vrouw uit Afrika, overkwam dit allemaal. Haar kind, dat zo’n leuke vrolijke baby was geweest en waarop ze zo trots was als hij op school hoge cijfers haalde, was een junk geworden. Haar woorden konden hem niet meer bereiken. Het was begonnen met verkeerde vrienden en veel van huis gaan, geld, dat op onverklaarbare wijze uit haar portemonnee verdween, leugens, en het eindigde in dranklucht en brutaliteit.

Gelukkig kende Chloe de Heer en bij Hem stortte ze heel haar hart uit. Dagelijks zette ze tijd apart om onder tranen en smeken Hem aan te roepen, die in staat is om boven bidden en denken te doen.

“O, Vader, red mijn jongen toch!”

Het werd haar ademhaling, ze stond er mee op en ze ging er mee naar bed.

Op zeker moment ervoer ze dat de Heer haar gebed had verhoord. “Je zoon zal prediker worden!” hoorde ze Hem zeggen, niet met een hoorbare stem, maar als een echo in haar hart.

Een grote blijdschap overviel haar. Hier kon ze zich aan vastklemmen als een drenkeling aan een reddingsboei.

Maar in een ziekenhuis in de stad werd een brancard binnengebracht. Een hevig bloedende jongeman werd met spoed naar een operatiekamer gereden. Zijn hoofd bloedde uit twee kogelwonden, zijn borstkast was in stukken gescheurd door een dodelijk mes… Dokters renden af en aan, handen werden gewassen, de anesthesist deed zijn werk. De grote operatielampen beschenen een tenger en uitgemergeld lichaam van een tiener, verslaafd, vervuild.

Ondanks alle moeite die de artsen deden bleef het resultaat pover. De kogels in het hoofd waren niet te verwijderen en de wonden op zijn borst konden slechts gehecht worden. Op de intensive care overleed Clint, het kind van zoveel gebeden.

Zijn moeder werd door twee agenten op de hoogte gebracht.
“Dat kan niet!” riep Chloe toen ze het vreselijke nieuws hoorde. “Dat kan echt niet. God beloofde, dat Clint prediker zou worden.”

Het was een logische reactie, iedereen zou zo gesproken hebben en zich later erbij hebben neergelegd, dat de stem van God dus toch niet van God was gekomen.

Maar zo was Chloe niet.

Ze nam de telefoon en belde naar de Intensive Care.
“Zet de intercom eens aan, alstublieft” vroeg ze aan de telefoniste. In Nederland zou zo iets niet kunnen, maar in Afrika kon dat wel. De telefoniste deed wat de door het noodlot getroffen moeder vroeg.
Luid en duidelijk klonk het in de zalen: “Clint Matulo, Jezus wil dat je leeft!”
Het klonk ook in de Intensive Care afdeling, waar ze bezig waren om de jongeman af te leggen.

“Clint Matulo!”

Tot ieders grote verbazing sloeg Clint zijn ogen op en begon weer te ademen.
Hoewel de kogels nog in zijn hoofd zaten genas hij volkomen.
En nu verwacht je dat Clint uit het ziekenhuis gekomen direct naar een bijbelschool zou gaan.

Mis.

Nadat de eerste beduusdheid over was verviel hij weer in zijn oude leven. Hij werd de held van een groep misdadigers, die hij voorging in heroïne spuiten, overvallen plegen, vrouwenhandel en bankovervallen.

Hij zwom in het geld, waar hij niet netjes aan kwam.
Natuurlijk snapte Chloe hier niets van. Had ze dan toch Gods stem verkeerd verstaan? En die wonderbaarlijke opstanding dan?
Ze bleef de Heer aanroepen en hem houden aan zijn belofte.

Het liep weer tegen kerst. Clint had een groot feest georganiseerd in een prachtig penthouse boven in een flat van stinkend rijke mensen. Er werden allerlei dingen gedaan die God verboden had. De heroïne werd flink gebruikt en velen wisten van voren niet meer of ze van achteren leefde.

Een van de meiden die erbij was ging echter flippen. Ze werd gek van de drugs en wilde van het balkom springen.

“Dat moet ik proberen te voorkomen!”schoot het door de dronken kop van Clint. “Straks komt de politie en dan zijn we er allemaal bij. Ik moet proberen om haar tegen te houden.”

Met een stel vrienden probeerde hij het meisje uit alle macht vast te houden en op haar in te praten, maar ze was sterk en wilde niet luisteren. Steeds rende ze weer naar het balkon en trok de deur open.

Clint dacht slim te zijn en zei: “Jane, als je braaf blijft zitten krijg je geld van me.”
“Rot op met je geld,” zei Jane en vloog weer naar het balkon.
Wat moest Clint doen? Drugs beloven, dat hielp altijd, want daar waren ze allemaal tuk op.

“Je krijgt deze heroïne!” riep hij en toonde een zakje met aardig wat heroïne erin.

“Rot op met je heroïne!”schreeuwde Jane, die door het dolle was. “Ik moet die troep niet.”

Nu dacht Clint dat er maar een ding opzat en dat was haar een flinke mep te geven, zodat ze buiten westen zou raken.

Hij hief zijn vuist op en riep….

Ja wat kwam er uit zijn mond?

“Zal ik voor je bidden?”

Dat had hij helemaal niet willen zeggen, maar toch had hij het gezegd!

Jane keek hem aan en zei: “Ja, graag.”

“Hé,” riepen de vrienden van Clint, “Zeg dat nog eens… Het helpt!”

Clint zei het nog eens en hij ging het ook doen.

Op dat kerstfeest werd hij bekeerd. Wat was zijn moeder blij. Haar kind werd werkelijk wat God had beloofd: een prediker van het goede nieuws!

Een voorganger uit Nederland ontmoette hem pasgeleden op een vliegveld. Hij begon een praatje met hem.

“Toen ik vermoord was….”zei Clint.
“Wat zeg je nou toch? “ riep de voorganger.
“Ja, ik was dood, maar nu leef ik.” lachte de ex gangster en hij vertelde zijn verhaal.
“En weet je wat er nu zo grappig aan is? Telkens als ik op een vliegveld door de scan moet, gaat de metaaldetector af en kan ik mijn verhaal weer opnieuw vertellen. De twee kogels in mijn hoofd zullen mij er altijd aan blijven herinneren, dat God op kerst door mij, een drugsverslaafde heen sprak.”

Abortus

december 13, 2012adminVerhalen 91-105Reacties uitgeschakeld voor Abortus

Een bezorgde vrouw ging naar haar gynaecoloog en zei:

‘Dokter, ik heb een ernstig probleem en wanhopig uw hulp nodig! Mijn baby is nog niet eens 1 jaar oud en ik ben weer zwanger. Ik wil de kinderen niet zo snel achter elkaar. ‘

Dus de dokter zei: ‘Ok, en wat wil je dat ik doe?’

Ze zei: ‘Ik wil dat je mijn zwangerschap gaat beëindigen, en ik reken op uw hulp bij deze.’

De dokter dacht een beetje na, en na enig zwijgen zei hij tegen de dame: ‘Ik denk dat ik een betere oplossing heb voor uw probleem. Het is minder gevaarlijk voor jou. ‘

De dame glimlachte, denkend dat de dokter haar verzoek zou accepteren.

Hij vervolgde: ‘U ziet, zodat u niet hoeft te zorgen voor 2 baby’s op hetzelfde moment, dan doden we die je nu in je armen hebt.

Op deze manier kun je uitrusten voordat de andere wordt geboren, je wilt een baby doden, het maakt niet uit welke van de 2.

Er zou geen gevaar voor je lichaam zijn als u koos voor de ene in je armen. ‘

De dame was ontzet en zei: ‘Nee dokter! Hoe vreselijk! Het is een misdaad om een kind te doden! ‘

‘Juist’, antwoordde de dokter. ‘Maar je leek akkoord te gaan met het doden van een baby, dus ik dacht, misschien is dit de beste oplossing .’

De dokter glimlachte, beseffend dat hij zijn punt had gemaakt.

Hij overtuigde de moeder dat er geen verschil is in het doden van een kind dat al geboren is en een die nog steeds in de baarmoeder zit. De misdaad is hetzelfde!

Liefde zegt: ‘Ik offer mezelf op voor het welzijn van de ander.’

Abortus zegt: ‘Ik offer de andere persoon voor het welzijn van mezelf.

Een wijze en liefdevolle vader

juli 10, 2012adminGeen categorie, Verhalen 91-105Reacties uitgeschakeld voor Een wijze en liefdevolle vader

Bill Frey begeleidde in 1951 aan de Universiteit van Colorado een blinde student genaamd John. Op een dag vroeg Bill aan John naar de toedracht rond zijn blindheid. De student vertelde over een ongeluk dat had plaatsgevonden toen hij een tiener was.

De tragedie ontnam de jongen niet alleen zijn gezichtsvermogen, maar ook al zijn dromen. ‘Ik was verbitterd en boos op God, omdat Hij het had toegelaten’, vertelde hij tegen Bill. ‘Ik reageerde mijn boosheid af op iedereen die in mijn buurt kwam. Omdat ik voor mijn gevoel geen toekomst meer had, wilde ik geen vinger meer uitsteken. De anderen moesten maar op mij wachten. Ik sloot me op in mijn slaapkamer en weigerde naar buiten te komen, behalve om te eten.’

Deze bekentenis verraste Bill. De student die hij begeleidde gaf totaal geen blijk van verbittering of boosheid. Hij vroeg John naar de verklaring voor deze verandering.

John gaf aan dat dit de verdienste van zijn vader was. Die had genoeg van het tranendal en vond het tijd worden dat zijn zoon de draad van het leven weer oppakte. Met het oog op de komende winter gaf hij hem opdracht de shutters voor het raam schoon te maken. ‘Je bent klaar voordat ik thuiskom, anders zwaait er wat’, dreigde deze vader, en sloeg de deur met een klap achter zich dicht toen hij naar buiten ging.

John reageerde furieus. Mopperend en scheldend schuifelde hij op de tast naar de garage, vond de trap en de schoonmaakmiddelen, en ging aan de slag. ‘Wat zullen ze zich schuldig voelen als ik van de ladder val en mijn nek breek.’

Maar hij viel niet. Stukje bij beetje ging hij zo om hele huis heen en maakte de klus af.

Deze vader bereikte het doel dat hij met deze taak had gehad. John erkende met tegenzin dat hij nog kon werken en begon zijn leven opnieuw in te richten. Jaren later hoorde hij nog iets anders over die dag. Toen hij dat detail met Bill deelde, werden zijn blinde ogen vochtig. ‘Ik ontdekte dat mijn vader die hele dag niet meer dan anderhalve meter van mijn zijde was geweken.’

Een hoopgevende preek

juni 29, 2012adminVerhalen 91-105Reacties uitgeschakeld voor Een hoopgevende preek

John Egglen had nog nooit van zijn leven een preek gehouden. Nooit. Niet omdat hij dat niet wilde, maar omdat het nooit nodig was. Maar op zekere ochtend preekte hij wel.
De stad Colchester (Engeland) waar hij woonde, was bedolven onder een dik pak sneeuw. Toen hij die zondagochtend in januari wakker werd, overwoog hij om thuis te blijven.
Wie zou er nu met zulk weer naar de kerk gaan?

Toen bedacht hij zich. Hij was tenslotte ambtsdrager. En als de kerkenraad al niet zou komen, wie dan wel? Dus trok hij zijn jas en laarzen aan, zette een hoed op en liep tien kilometer naar de Methodistenkerk.

Hij was niet de enige die met de gedachte had gespeeld om thuis te blijven. Hij was een van de weinigen die de tocht naar de kerk had ondernomen. Er waren die ochtend wel geteld dertien bezoekers: twaalf leden en een gast. Zelfs de voorganger was ingesneeuwd. Iemand opperde dat ze maar weer huiswaarts moesten gaan, maar Egglen wilde daar niets van weten. Nu ze er eenmaal waren, zou er een dienst gehouden worden ook. Bovendien: er was een gast. Een jongen van dertien jaar.

Maar wie zou er spreken? Egglen was de enige diaken. Het lag op zijn weg. En dus preekte hij. Zijn toespraak duurde maar tien minuten. Er was geen touw aan vast te knopen; in zijn poging een paar hoofdlijnen uit te zetten, raakte hij het spoor volledig bijster. Maar tegen het einde van zijn betoog maakte een buitengewone vrijmoedigheid zich van hem meester. Hij zag op, keek de jongen recht in zijn ogen en daagde hem uit: ‘Jongeman, kijk naar Jezus. Kijk! Kijk! Kijk!’

Heeft die aansporing effect gehad? Ik geef het woord aan de jongen, die nu een man geworden is. ‘Ik keek, en de wolk die boven mijn hart hing, trok op. De duisternis rolde opzij en op dat moment zag ik de zon.’

Hoe die jongen heette? Charles Haddon Spurgeon. De prins der predikers uit de Engelse geschiedenis.

Wist Egglen wat hij deed? Nee.

Zijn helden het zich bewust wanneer ze heldhaftig handelen? Zelden.

Wat ik gezegd heb is geest en leven.
Johannes 6:63

Schreeuw om aandacht

juni 11, 2012adminVerhalen 91-105Reacties uitgeschakeld voor Schreeuw om aandacht

Een jonge en succesvolle manager van een groot bedrijf reed eens door een buurt in zijn nieuwe Jaguar. Hij reed iets te snel, maar keek toch uit naar overstekende kinderen die tussen de geparkeerde auto’s vandaan konden komen.

Langzaam minderde hij vaart toen hij dacht iets te zien. Maar terwijl zijn auto passeerde zag hij geen kinderen. In plaats daarvan knalde er een grote steen tegen de zijkant van zijn auto aan. Hij trapte op de rem en reed de auto achteruit naar de plek waar de steen de auto had geraakt.

De boze bestuurder sprong uit de auto, en greep het eerste het beste kind dat hij zag. “Hey! Waar was dat voor nodig? Ben je helemaal gek geworden? Dat is een splinternieuwe auto en jij gaat voor de kosten hiervan opdraaien jongetje!”

De jongen begon te huilen. “Alstublieft meneer, het spijt me, maar ik wist niets anders te doen. Het is mijn broertje…”, zei hij, “Hij rolde van de stoep en viel uit zijn rolstoel en hij is te zwaar voor mij om hem te tillen.”

Dikke tranen rolden over zijn wangen toen hij vroeg: “Wilt u hem alstublieft weer in zijn rolstoel helpen? Hij heeft zich pijn gedaan, maar hij is te zwaar voor mij.”

De bestuurde probeerde de brok in zijn keel weg te slikken terwijl hij de gehandicapte jongen optilde en hem weer in zijn rolstoel zette. Met zijn chique zakdoek veegde hij de schaaf- en snijwonden af. Na een snelle blik op de jongen zag hij dat alles goed met hem zou komen.

“Dank u. God zegene u.” zei de dankbare broer tegen de vreemde man.

Te aangedaan om nog iets te zeggen zag de man hoe de kleine jongen zijn gehandicapte broertje verder de stoep op duwde. Het leek eeuwen te duren voor hij weer bij de Jaguar was.

De schade was goed te zien, maar de bestuurder heeft het nooit laten repareren. Hij hield de deuk om hem er aan te herinneren dat je nooit zo snel door het leven moet gaan, dat iemand een steen naar je moet gooien om je aandacht te krijgen.

God fluistert in onze ziel en spreekt in onze harten. Soms, wanneer we geen tijd hebben om naar hem te luisteren, moet Hij een steen naar ons gooien.

Het is onze keus. God heeft geen dagen zonder pijn beloofd, geen lach zonder traan, geen zon zonder regen, geen overwinning zonder moeiten, maar Hij belooft kracht voor de dag, troost voor de tranen, en licht op onze weg.